Ontluikende geletterdheid

Ontluikende geletterdheid gaat over het plezier en de ontdekking van geschreven boodschappen. De periode situeert zich van 0 tot 6 jaar. Sommige auteurs spreken nog van beginnende geletterdheid van 4-6 jaar.

Babies en peuters ontdekken dat boekjes en verhalen plezier, geborgenheid en nieuwe werelden opleveren. Wanneer ze worden voorgelezen ontdekken ze nieuwe woorden en ideeën. Ze bladeren in boekjes en ontdekken tekeningen die steeds opnieuw terugkomen. Ze ontdekken dat deze tekeningen in hun naam voorkomen. Ze ontdekken dus zelf letters.

In de kleuterklas zijn kleuters vaak al heel vroeg bezig met letters, klanken, verschillen tussen woorden, geluiden die op elkaar lijken, …

De kleuterleerkracht leest vaak een verhaal voor. Ze kleedt de thema’s in met boeiende verhalen. Tijdens het lezen leren de kleuters dat we in Vlaanderen lezen van links naar rechts.

Kleuters willen daarna hun naam schrijven, stempelen woorden uit het thema, schrijven woorden na uit boeken, uit het speelgoedboekje van de Sint, …

Ze herkennen eenvoudige rijmwoorden, ontdekken dat woorden met hetzelfde ‘kopje’ kunnen beginnen bv. Sint en staf.

Ontluikende geletterdheid heeft dus te maken met plezier krijgen in de basisvoorwaarden om te leren lezen. De kleuterleerkracht zal hierop inspelen. De ene kleuter is hier sneller geïnteresseerd in dan de andere kleuter. Kleuters met een anderstalige achtergrond moeten hier extra in begeleid worden.

Mondelinge taalvaardigheid maakt ook deel van uit ontluikende geletterdheid. Het aanbieden van levende woordenschat is heel belangrijk. Er is belangrijke woordenschat bijvoorbeeld rekenbegrippen zoals meer, boven, groter dan, ... En er zijn themawoorden die één keer per jaar gebruikt worden bijvoorbeeld mijter, staf, ...

Kleuterleerkrachten werken met ontwikkelingsdoelen. Aangezien elke kleuter anders ontwikkelt, is het heel normaal dat niet alle doelen door alle kleuters worden bereikt.

In het item 'ontwikkelingsdoelen' vind je meer informatie hierover.