Handelingsgericht werken (HGW)

Handelingsgericht werken (HGW) is een begrip dat een belangrijke plaats krijgt binnen onderwijs en het M-decreet. Het wil zeggen dat er goed wordt nagedacht over de manier waarop er met leerlingen gewerkt wordt en dat leerkrachten en ouders belangrijke partners zijn. BRON: http://www.handelingsgerichtwerken.be/uitgangspunten.php

Handelingsgericht werken wil de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van alle leerlingen verbeteren. 

Het uitgangspunt is de vraag ‘wat heeft deze leerling nodig om de eindtermen van het gemeenschappelijk curriculum te bereiken?’.

HGW werkt volgens 7 duidelijke uitgangspunten:

1. De onderwijsbehoeften van de leerlingen staan centraal

Voorbeeld: je kind heeft een ontwikkelingsvoorsprong. De leerkracht vindt dat een sterkte en wil je kind graag ondersteunen in die sterkte. In plaats van extra oefeningen van hetzelfde mag je kind een eigen project uitwerken waarin het aan de klasgroep uitlegt waarin de herfst en de winter van elkaar verschillen. Je kind doet dat aan de hand van criteria als ‘het weer’, ‘de natuur’ en ‘kleding’.

2. Afstemming en wisselwerking tussen de leerling en zijn omgeving (de klasgroep, de leerkracht, de school en de ouders)

Voorbeeld:  Je kind is erg verlegen. In de zeer drukke klasgroep durft het weinig zijn eigen mening te vertellen. De leerkracht houdt hier rekening mee en laat je kind eerst aan het woord in de kring.

3. De leerkracht doet ertoe.

Voorbeeld: Uit onderzoek blijkt dat een positieve relatie met een leerkracht een groot effect heeft op het welbevinden van een kind. Maar ook de relaties tussen klasgenoten is erg belangrijk. De leerkracht zal activiteiten organiseren om aan die relaties te werken.

4. Positieve aspecten zijn van groot belang. Dat gaat niet alleen om de positieve aspecten van het kind maar ook van de leerkracht, de groep, de school en de ouders.

Voorbeeld: Ouders worden aangesproken op hun sterke kanten. Een creatieve ouder wordt ingeschakeld in de lessen muzische vorming.

Je kind kan moeilijk op zijn stoel blijven zitten maar is erg goed in turnen. Je kind mag tijdens de turnles de oefeningen voortonen aan de klasgenoten.

5. Constructieve samenwerking tussen school en ouders.

Ouders zijn ervaringsdeskundigen wat betreft hun kind in de thuissituatie. Leerkrachten weten hoe de leerling op school functioneert. Om een totaal beeld van de leerling te hebben is het belangrijk dat ouders en leerkrachten samenwerken.

Voorbeeld:  Je zoon is thuis erg druk. Hij reageert zich af op zijn broer. Hij heeft boze buien wanneer je hem aanspreekt over zijn huiswerk. Op school valt de leerkracht uit de lucht. In de klas is je zoon de rust zelve en zet zich in. Er zijn eigenlijk nooit conflicten. Toch vindt de leerkracht het belangrijk dat er naar jouw verhaal wordt geluisterd. Tenslotte is het belangrijk om een totaal beeld te krijgen van je zoon. De leerkracht neemt mee dat jouw zoon waarschijnlijk teveel druk ervaart tijdens de dag maar dit niet toont. Hij zal hiermee rekening houden door rustmomenten in te lassen.

6. Doelgericht werken.

Binnen onderwijs vragen we ons af ‘waar willen we met deze klas/ deze groep/ dit kind naar toe en wat hebben we hiervoor nodig?  Deze doelen schrijven we neer in een handelingsplan.  Ons handelingsplan is bij voorkeur opgemaakt met de 7 uitgangspunten in gedachten.

Voorbeeld: Onder handelingsplan kan je een uitgewerkt doel terugvinden.

7. De werkwijze van school is systematisch en transparant. Er zijn duidelijke afspraken over wie wat doet en wanneer. De afspraken worden bijgehouden in het leerlingvolgsysteem (LVS).

Voorbeeld: Tijdens een overleg met de klasjuf wordt afgesproken dat het huiswerk pas moet afgegeven worden op maandag. Op deze manier kan in het weekend nog aan het huiswerk gewerkt worden. Deze regeling wordt geëvalueerd net voor de kerstvakantie.

De stappen van Handelingsgericht werken komen steeds terug in een cyclus (zie foto).

Deze HGW-cyclus bestaat uit 4 stappen:

1. Signaleren (waarnemen)

Voorbeeld: De leerkracht observeert in de klas dat de leerling veel later dan de andere leerlingen klaar is met zijn klastaken.

2. Analyseren (begrijpen)

Voorbeeld: Samen met de zorgcoördinator noteren ze op welke momenten de leerling trager werkt. Ze onderzoeken waar de leerling zit, hoe de leerling betrokken is bij instructies. De leerling wordt ook bevraagd om te kijken waar eventuele prikkels zitten.

3. Plannen

Voorbeeld: Er wordt tijdens een MDO bepaald dat de leerling via een concentratiescherm aan een bank apart zal zitten. Er wordt gewerkt met een timetimer en een planning die aan zijn bank hangt. De timetimer wordt aangekocht en de zorgcoördinator neemt de organisatie van de planning op zich. Deze handelswijze wordt vooraf met de leerling en de ouders besproken. Het apart zitten is geen straf maar een hulpmiddel. De werking wordt opnieuw besproken op het volgende MDO.

4. Realiseren

Voorbeeld: De zorgcoördinator zorgt dat de planning op maandagochtend aan de bank van de leerling hangt. In een kort gesprek met de leerling duiden ze aan welke taken zeker afgewerkt moeten zijn tegen vrijdagmiddag. De timetimer wordt ingesteld door de klasleerkracht. De leerling zit nu apart met zijn rug naar de rest van de groep. De leerkracht is zich bewust van dit feit maar de bank wordt tijdens groepsmomenten terug gedraaid.

Op het volgende leerlingenoverleg (MDO) wordt deze werking besproken en start de HGW-cyclus opnieuw.

Het CLB maakt ook gebruik van HGW via handelingsgerichte diagnostiek (HGD) bij haar begeleiding van de scholen.

Bron: http://www.handelingsgerichtwerken.be/uitgangspunten.php

Deze info werd aangevuld met eigen voorbeelden.